Bronnen Bronnen
Bronnen

3

Bokkel (Algemene bron)
29 november 1659:
Erschenen Warner te Buckell cavierende voor sijn huijsfrouw Trijne, voorts Selke Doeinck cavierende voor sijn huijsfrouw Geessken, Jan Huijninck ende Henrick ten Langenhoff cavierende voor sijn huijsfrouw Fijken, Ende sie samentlick cavierende voor haeren absente broederen Henrick Jan, Henrick, Jacob ende oock Saelcke te Buckell, Die bekanden respective voor haer ende absente gebroederen ende deren erven, voor eene welbetaelte Summa geldes, rechtes steden, ewigen ende onwederroeplicken erffkoops avergelaeten ende verkofft te hebben an Gerrit Swiers Enneken de Gerechte eheluijden ende haeren erven, haer Comparanten ende mitbeschrevene Olderlicke behuijsongh binnen Bredevoort ant Sant, mit eener sijdt naest Mr. Henrick ter Woorts behuijsinge, ende mitt der ander naest Derck ten Haegens behuijsinge
gelegen, achter an Engelbert Sijbelincks ende Peter van Gemerts grunde schietende, voor doorslechtich kummerfrij, uijtgesondert gewoontlicken Heeren tins ende gemeijne beswaer, Deses erfflick gecediert ende
uijtgegaen, Daerop mit hant, halm ende monde vertegen, wahrschap, verner ende beter verschrijvongh ende vestnis gelaefft nae Landtrechte, bij veronderpandongh haerer goederen, Sonder exception ende argelist.
Bron: Franciska Ruessink (transcriptie), ORA Bvt inv.nr. 421 fol. 33, 33v



In de burgerlijst van Bredevoort van 1627 wordt dit huis Jan te Bockels huis genoemd, dat moet dus hun vader wel zijn. Die was dus voor 1659 overleden, want anders hadden die kinderen hun ouderlijk huis niet verkocht maar had hij het zelf gedaan. Dit huis was dus van voor 1627 tot 1659 in de familie. Ik vindt het dus zeker niet vanzelfsprekend dat dit dezelfde Jan te Bockel is die in 1640 in Dale woont en die met Mette te Braecke was getrouwd. Het zou wel kunnen, veel mensen hadden in de Tachtigjarige Oorlog een huis in Bredevoort omdat het daar nou eenmaal veiliger was, maar zeker is het wat mij betreft niet.



Uit "Buurtschap Barlo Buitengewoon, verleden naast heden " 1999 ISBN 90-70017-37-7

" Het Bokkel

De vroegste vermelding vinden we in 1282 in een overdrachtsakte waar het genoemd wordt als het goed "Buclo". Deze naam staat voor "beukenbos". In een belastingkohier uit 1618 worden twee boerderijen "Buckel" vermeld, te weten "het goedt Buckell daer Jacob op woont behorend aan Garrit Smit te Wesel", en "den Hoff to Buckell", een hofgoed van Bredevoort. Het is mij niet bekend wanneer het goed "Bokkel" in tweeën is gesplitst maar dat is waarschijnlijk al voor 1500 gebeurd. In het Judicieel Protocol van het Richterambt Bredevoort worden in 1533-1535 genoemd: Hendrick, Willem en Reijntken te Buckel. Deze laatste wordt in 1535 aangeduid als "Schulte te Buckel". Een zekere Willem Storms zegt dan dat hij nog 11 Emder en 8 stuvers van Reijntken te vorderen heeft als deel van de erfenis. Reijntken bestrijdt dat door te verklaren dat hij van "sijn vaderlicke en moderlicke erfdeel ny heller of penninck (geen rooie cent dus) ontfangen heft". In 1553 wordt "Reijntgen, schult te Buckelo", weer voor het gericht gedaagd. Hij wordt ervan beschuldigd dat hij tijdens een vorige rechtszitting Albertus ter Helle, als gerichtsdienaar, bij de keel heeft gegrepen en hem heeft uitgescholden.
Omstreeks 1575 wordt er een Wander te Bokkel geboren. Zijn zoon Wessel te Bokkel trouwt met Henderske Swijtinck. Zijn zuster Lijsbeth trouwt met Warner Oenck, die scholte wordt op het "Bokkel" en later ook de naam Te Bokkel voert. In 1896 is er weer een Wander ( te Bokkel ) die met Engelina Swijtink trouwt. Wander overlijdt in 1945 en Engelina in 1948. Hun zoon Jan Berend trouwt in 1931 met Tonia Aleida Westendorp ( van boerderij Zwietink). Jan (Bokkeler-Jan) overlijdt in 1989 en Tonia in 1987. Zij krijgen vijf zoons en een dochter. De jongste zoon Jan Antoon woont nu nog op 't Bokkel in de " Bokkelderhook", een boerderij waar sinds de dertiende eeuw Te Bokkels hebben gewoond. In de "grote kökkene " ligt nog een prachtige veldkeien mozaïekvloer met het jaartal 1853.

Het andere "Bokkel " , dat tussen de huidige Hamelandroute en de Lichtenvoordsestraat ligt, wordt al bijna twee eeuwen door de familie Te Paske bewoond. In 1767 trouwt Derk te Bokkel met Willemken van Eerden. Deze Derk te Bokkel overlijdt en Willemken hertrouwt in 1782 met Hendrik te Paske, geboren in 1748. Hun zoon Derk Hendrik trouwt in 1810 met Harmina Berkelder en gaat als eerste Te Paske wonen op het "Bokkel"( zie bevolkingsregsiter 1823-1850). Zoon Derk trouwt in 1856 met Janna G. Debbink. Zoon Derk Hendrik trouwt met Johanna Berendina Geessink. Zoon Derk J.J. te Paske, geboren 1896 en overleden 1976, trouwt met Gesiena Johanna te Gronde, geboren 1896 en overleden op 102-jarige leeftijd in 1998. Zoon Derk Hendrik, geboren in 1928 en overleden in 1993, trouwt met A.H.J. te Voortwis. Hun zoon Gesinus Abraham (Bram) geboren in 1959, trouwt met Petra Sonderen. Zij zijn de huidige bewoners van "Het Bokkel".
De naamsaanduiding van deze boerderij kent verscheidene varianten. Het register Civique 1813 geeft de naam " Aan de Bokkel", terwijl in het Bevolkingsregister 1823-1850 de benaming "Bokkelderbrasse" wordt gebruikt. Uit verkoopaktes, die in het bezit zijn van de familie Te Paske, kennen we de namen "Het Achterste Bokkel" en "Hoog Bokkel" ( de plaats waar nu de families Mateman en Vreeman wonen wordt wel " Het Lage Bokkel "genoemd). In de laatste wereldoorlog brandde de boerderij grotendeels af als gevolg van een bombardemet op 26 maart 1943. Er werd een noodwoning achter de boerderij gebouwd waar de familie Te Paske heeft gewoond totdat de boerderij herbouwd was. Daarna werd de noodwoning tot op de dag van vandaag door diverse gezinnen bewoond. Door de jaren heen heeft de familie Te Paske altijd oog gehad voor de aankleding van het landschap, wat blijkt uit de grote variëteit van de in de omgeving van de boerderij geplante boomsoorten. Ook de betrokkenheid bij oude gebruiken staat hoog in hun vaandel. "


De twee goederen Te Bockels

Al in 1647 twee goederen Te Bockels in Barlo
In de verpondinglijst van 1647 staan twee goederen Te Bockel: (de nummering is van Stroet)

1468 Buckeloe, Hofgoet ant'huis Bredevoort. B
Huis, hoven 1 1/2 sch. boulant 12 mdr., 3de gerve dúitganck
afgetrocken blijft 51 - 17 -.
Hieronder gehoort een Caeterstede, huis en hof 1 sch. boulant
3 mdr. 25 - 0 -., Wijverock?, zijnde Inslagh, voor 14 dlr. 21 - 0 -.
Een vercken of 4 dlr. en pontschatt. 6 - 0 -.
Eijcken boomen en hegg holt.

1469 Noch Buckelo, weduwe Rullers. B
Huis, hof 1 sch. boulant 13 mdr., 3de gerve 108 - 6 -.
Hoeijmaete van 3 daghen maeiens, 2 Verckens of 10 gl.
6 pont vlass 11 - 16 -. En geeft 5 dlr. en pontschatt. 7 - 10 -.
Eijcken boomen, en hegg holt.

Het eerste is het hofgoed, het tweede is van de weduwe Rullers (te Roller). Het is waarschijnlijk dit goed, waarop de hierna volgende mededeling slaat:

Derck van Hengel, geboren te Bocholt in 1648 of `49, was herbergier te Bredevoort, provisor der armen aldaar, en eigenaar van grond binnen en buiten Bocholt en Bredevoort.
Op 7 Augustus 1678 maakte hij zijn testament - dat hij in 1683 herriep - en institueerde tot eenigen erfgenaam zijn broeder Gerard. Legatarissen waren diens drie zoons, Derck's broeder Jan, en zijn nicht Mechtelt Wisselinck. Tot de eigendommen van Derck behoorde ook een derde van het goed te Bockel waarvan de beide andere derden toebehoorden aan den stiefzoon van zijn broeder, Bernard Wisselinck, en aan den keurnoot Jacob Evers, die zijn deel had gekocht van den voogd (Gerrit) Kalff.

Het verbazende is dat die twee goederen Te Bockel er nog altijd zijn. Ik heb een kaartje gemaakt, waarop de ligging van beide boerderijen te zien is. Het meest rechtse Te Bockel, dat aan de Bolwerkweg, is het oude hofgoed. Daar woont nog altijd een familie Te Bokkel, ook op Hoeninck en Nieuw Hoeninck woonden Te Bokkels, evenals in `t Klooster,(tot ongeveer een jaar geleden). Op het Walfort zelf wonen nu nog Te Bokkels, welke familie ooit in de schuur bij het kasteeltje woonde en waarvan de leden van het huidige Loonbedrijf o.m. van afkomstig zijn.



De verspreidheid van de Te Bockels is blijkbaar al oud:
Archiv Anholt Bestand Bredevoort Hs II 1598 Liggerboeck van den renthen van Bredefoert
worden o.a. in Barlo genoemd: Benthen tho Buckeloe, Gerdt tho Buckeloe en verder Naele t'Buckele en Saelcke te Buckeloe.
(En dan te bedenken dat Warner tho Buckell en Hendrick die in 1598 de hofdag in Miste bezoeken hier niet eens bij staan. )

In akten 5.3 1544 en 1546
worden genoemd: Reintgen to Bockell, Gherrit to Bockell, Storris to Bockell (dient ten 14 dagen) en Wilhelm to Bockel (dient then dreen weecken)



Uit de historie van Winterswijk door G.J.H. Krosenbrink (De Walburg pers Zutphen 1968)

Het drama van de erfopvolging krijgt een bizarre ontknoping in april 1665, als Warner Oyinck -getrouwd met Lysbeth te Buckel - toch als enige erfgenaam in het bezit van de hof wordt gesteld.
De familie is het met deze gang van zaken kennelijk niet eens. Twee broers (bijgenaamd Jan in `t Clooster en Derck Huyninck) en een zwager Berndt Huyninck, dienen een protest in.
Warner Oyinck is een vreemdeling !
Hun protest zal echter niet baten.
Warner Oyinck en zijn vrouw hebben de hof, sinds de dood van haar broer bewaard en onderhouden, en bij "strijdigheit"wordt diegene ermee beleend, die "den enschijnlicksten daerinne bevonden wort"

Hoe zit nu de familie in Krosenbrinks verhaal in elkaar ??
Henk Ruessink gaf de mij de volgende hypothese:

Kijkend naar wat er mogelijk voor bronnen zijn die zouden kunnen helpen bij de oplossing van het probleem, wil ik allereerst iets zeggen over de getypte lidmatenlijst die in het oud archief van Aalten aanwezig is. Dat is een soort index geordend op naam. In het origineel worden de lidmaten keurig per "wijk"geordend, dus "Int Dorp", etc. Het maakt mij althans nog meer bewust van het feit dat de opsomming van lidmaten in 1645 niet alleen aangeeft wie op dat moment nog leven, (mits lidmaat), met wie ze getrouwd zijn, maar ook dat het een soort bevolkingsregister per buurtschap is.

Nu de werkhypothese voor Krosenbrink's familie. In 1598 is nog een Warner te Bockel schulte op `t Bockel. Diens zoon Wessel is als schulte op de hofdag in 1625 en is gehuwd met Hendersken Swijtinck. In 1651 verschijnt een bejaarde Gerdt te Buckel als schulte met zijn eveneens bejaarde vrouw Hendersken Swijtinck, waarvan de kinderen alle zijn overleden. Het echtpaar Warner Oyinck x Lijsbeth te Buckel, heeft reeds jarenlang de verzorging van het schultegoed op zich genomen.

Ik denk dat Warner (de echte) Te Buckel geen vijf maar zes kinderen heeft gehad, die alle tussen 1598 en 1625 geboren moeten zijn. Wessel was de oudste zoon, hij trouwde en overleed kort daarna, zijn weduwe hertrouwt met de daaropvolgende broer Gerdt, die nu de schultefunctie krijgt. Zij krijgen kinderen, die overigens vroeg sterven en de overige broers en een zuster trouwen uit. Er valt op het schultegoed niets voor ze te doen.

Alleen de jongste zus, "de leste dochter" blijft er nog wonen en trouwt met de buurjongen. Jan te Bockel is op een boerderij in `t Clooster ongetrouwd en wordt ook zo genoemd. Bij `t huwelijk van de zoon Gerdt in 1675 is Jan reeds overleden.

De protesterenden moeten m.i. aan twee voorwaarden voldoen om recht van protest te hebben

1. een Te Bockel-verbinding moeten hebben op grond waarvan ze protesteren:
2. ouder zijn dan Lijsbeth om ook tegen haar te kunnen protesteren.

Ik denk dat dan het volgende aannemelijk is:
Warner te Buckel, geb. ca. 1570, + voor 1625 x ca. 1598 N.N.
Hieruit:
1. Wessel, x Hendersken Swijtinck. Zij wordt weduwe en hertrouwt Wessels broer.
2. Gerdt, x Hendersken Swijtinck.
3. Derck x N.N. Huijninck (deze Derck is dus geen echte Huijninck maar een ingetrouwde)
4. Jan x .N.N. int Clooster
5. Dochter x Bernt Huijninck (deze Bernt is een echte Huijninck, zijn recht van protest hangt ook samen met het zgn. Zutphens recht, waarbij vrouwen gelijkgesteld zijn aan mannen qua erfrecht)
6. Lijsbeth x Warner Oyinck

Zo is ook recht gedaan aan de formulering van Krosenbrink, "Derck Huininck, Jan in 't Klooster en Bernt Huininck, respectievelijk broers en een zwager van Geert te Bockell" (De afwijking van Yvette Hoitink haar oplossing is gebaseerd op de twee hierboven genoemde voorwaarden.)

Mogelijk dat die Bernt Huijninck wel eens de "Bernt uit ambt Bocholt" zou kunnen zijn. Ook gezien de relatie met Meinen.

Wie die Derck Te Bokkel>Huijnink was is me nog niet duidelijk. Ik zoek het meer in de richting van de Derck Te Bockel die mogelijk uiteindelijk naar het dorp is getrokken of wel z'n zoon, zie vermelding in het lidmatenregister (Dorp): Paschen 1666: Froene (?) Diercks van `t Bockel. Ik denk dat er Froene gelezen moet worden, dat zou dan zoiets als "gerichtsbode"moeten zijn, maar helemaal zeker ben ik niet.


Voor wie dit nog niet genoeg is

Oudere Te Bokkels
Mauritius te Buckelle, Gerecht Bredevoort, deel 1, 1533, f. 15 v
Wyllum to Buckel, Gerecht Bredevoort, deel 1, 1533, f. 50 v
Willem thoe Buckell, , f. 52 v
Henryck tBuckell, Gerecht Bredevoort, deel 1, 14-01-1534, f. 54 v (die voerknecht Int Kloester)
Reyntken, Schulte to Buckell, (erve syner oldren) Gerecht Bredevoort, deel II, 10 - 12 - 1534, f. 100 v
Reyntken tho Buckell, Gerecht Bredevoort, deel II, 20-01-1535 f. 110 v
Reyntken thoe Buckell, Gerecht Bredevoort, deel II, 20-05-1535 f. 131 v
Reyntken thoe Buckell, Gerecht Bredevoort, deel II, 17-06-1535 f. 139
Gert to Buckell, Gerecht Bredevoort, deel II, 14-10-1535 f. 150 v
Gert to Buckell, Gerecht Bredevoort, deel II, 13-11-1535 f. 154 v
Reyntken, Schult t'Buckell, Gerecht Bredevoort, deel II, 19-01-1536; f. 166v
Schult t'Buckell, Gerecht Bredevoort, deel II, 19-01-1536; f. 168 (zijn vrouw dochter van Vrerick ter Neet)
Reintgen, Schult to Buckelo Gerecht Bredevoort, 10-02-1552 p. 1,2
Schult to Buckel, Gerecht Bredevoort, 18-05-1552, p.16; 19-10-1552, p. 56
Hermen t'Buckelo, Gerecht Bredevoort, 20-06-1552, p.37; 22-08-1552, p. 42; 24-08-1552, p. 44;16-11-1552,p.74
Hermen t'Buckelo, Gerecht Bredevoort, 22-03-1553,f. 28v
Schult t'Buckelo, Gerecht Bredevoort, 22-03-1553, f. 29; 21-06-1553, f. 45
Reintgen, Schult t'Buckelo, Gerecht Bredevoort, 05-07-1553, f. 57:
Causa domini: (zaak voor de landsheer) : Die hoicheit spreckt an mit recht Reintgen / schult t'Buckelo/ und segt wu hie verleden gerichtstiden/ bij sittenden gehegenden gerichte/ mit weeraftigen hant gedegen an Albertus ter Helle mit oprorigen kiefwoirden/ die doch in den gerichte verbaden sint/...
Schult To Buckell, 25-10-1553, f. 73 v.; 08-11-1553, f. 87
Wilhm to Buckelo of Smits (!) Gerecht Bredevoort, 22-11-1553, f. 99 en 99v

Burgerlijsten Bredevoort
Bockel Wichart x voor 1640; doop kinderen 1641 - 1647

1640-1650 Verpondingscohier- G.A.Aalten
Bockel,te Hermen 2 emmers 1620-02-12 Inv.nr. 38, G.A.Aalten
Bockel,te Johan kosten totte Sauvegarde 1627-09-21 Inv.nr. 169, G.A.Aalten
Bockel,te Schulte juli `73/mei `74 Inv.nr.143-3, G.A.-Aalten,
Bockel,te Wijchart 1672-04-06 Inv.nr.172 - G.A.Aalten -
Bockel,te Wijchart 1673 feb./juli Inv.nr.173 - G.A.Aalten
Bockel,te Wijchart 1673-10-00 Inv.nr.174 - G.A.Aalten,
Bockel,te Wijchart,rotmeester. 1674-12-21 Inv.nr.379 - G.A.Aalten,
Bockel,te Wichard,rotmeester. 1680-02-28 Inv.nr.91,Acte - G.A.-Aalten
Bockell, te Herman: settunge reparatie beijden Putten 1611-04-26 Inv.nr.167,G.A.Aalten
Bockell, te Herman 1-0 1614-02-05 Inv.nr.168,G.A.Aalten
Bockell, te Herman 9 . 1616-05-07 Inv.nr. 167,G.A.Aalten
Bockell, te Johan 2 emmers 1620-02-12 Inv.nr. 38, G.A.Aalten
Bockell, te Jan ginne Leer emmers 1630-02-09 Inv. nr. 39,G.A.Aalten
Bockell, te Jan 5 hertsteden, 1 blecken kachelaven 1635-05-30 Inv.nr. 171, G.G.Aalten
(Die vijf hertsteden wijzen op een groot huis en een zekere welstand. )
hierin
Lijsbeth te Bockel (-)
Jan te Bockel (-†1659)
Wander te Bokkel (*1866-†1945)
Derk te Bokkel (-†1780)
Derk Jan Johan te Paske (*1896-†1976)
Derk Hendrik te Paske (*1858-†1929)
Hendrik Jan te Paske (~1748-†1821)
Derk Hendrik te Paske (*1783-†1862)
Derk Jan te Paske (*1819-†1889)
Derk Hendrik te Paske (*1928-†1993)
Jan Berend te Bokkel (*1898-†1989)
Hendrik Huinink (*1717-†1781)
Warner te Bockel (*1570-†1625)
Gesina te Bokkel (~1735-†1818)
Dossier: